Donderdagavonden ontstonden nooit echt bewust.
Het begon ooit met “Zullen we wat kijken”
en eindigde in een soort van zelfsprekendheid.
Eén appje was genoeg
en een uur later stonden we samen in een te fel verlichte supermarkt,
discussierend over wat we gingen eten alsof het heel belangrijk was.
“Je neemt weer precies hetzelfde als altijd,” zei Sophie,
terwijl ze een mandje pakte.
“Consistentie is een kwaliteit.”
“Of gewoon saai,” zegt degene die al drie jaar dezelfde chips koopt.
Ze grijnste.
“Die zijn gewoon altijd lekker.”
We rekenden af, liepen terug naar mijn plek
en dumpten alles op het aanrecht.
De tv ging alvast aan in de woonkamer op een random tv-serietje,
terwijl wij in de keuken bleven hangen, zoals eigenlijk altijd.
Ze zat half op het aanrecht, terwijl ik iets simpels in elkaar zette.
We praten, onderbraken elkaar,
lachten om dingen die eigenlijk nergens op sloegen.
Op een gegeven moment sprong ze van het aanrecht en rolde haar schouders.
“Mijn nek is echt kapot vandaag.”
“Van dat bureau van je zeker?”
“Ja, serieus. Het trekt helemaal door hier.”
Ze tikte ergens links onder haar oor.
Ik keek haar even aan.
“Kom zitten.”
Ze trok een wenkbrauw op.
“Hier?”
“Ja, kom, draai je om.”
Ze ging zitten, eerst een beetje aarzelend,
maar draaide zich toen met haar rug naar mij toe.
Haar knieën licht gespreid, mijn stoel erachter.
Dicht genoeg.
Te dichtbij misschien.
“Zo goed?” vroeg ze.
“Ja, prima.”
Mijn handen vonden haar schouders bijna vanzelf.
Warm, stevig.
Ik begon voorzichtig, mijn duimen in kleine cirkels langs haar nek.
Ze liet meteen haar hoofd een beetje naar voren zakken.
“Oké, ja, dat is echt beter.”
“Je moet echt iets doen aan je werkplek,” zei ik,
terwijl ik wat meer druk zette.
“Zeg dat tegen mijn baas.”
Ik voelde waar de spanning zat en bleef daar hangen.
Ze ademde dieper uit, haar rug tegen mijn benen.
“Wacht,” zei ze zacht.
“Hm?”
“Mijn shirt zit in de weg.”
Ze trok het zonder veel gedoe uit en gooide het ergens op het aanrecht.
Sport-BH, gespierde rug,
huid die licht warm aanvoelde onder mijn handen.
Ik deed alsof dat me niet opviel.
“Ga door,” mompelde ze.
Ik drukte iets steviger en ze reageerde meteen.
“Goed,” vroeg ik.
“Ja, ja, blijf daar.”
Het werd stiller in de keuken.
Alleen het zachte geluid van de tv uit de andere kamer
en haar ademhaling die net iets zwaarder werd.
Op een gegeven moment draaide ze haar hoofd een beetje opzij.
“Misschien moeten we naar de bank,” zei ze, bijna nonchalant.
“Voor de serie?” vroeg ik.
Ze glimlachte licht.
“Ja, onder andere.”
We lieten de keuken zoals die was en liepen naar de woonkamer.
De serie stond nog steeds aan, maar geen van ons keek echt.
Ik verwachtte dat ze naast me zou gaan zitten,
maar in plaats daarvan schoof ze mijn benen een beetje opzij
en ging ertussen zitten.
Haar rug tegen mijn borst, haar gewicht precies tussen mijn benen.
“Zo goed?” vroeg ze.
Ik slikte even.
“Ja, prima. Zie je de tv nog?”
“Ja, hoor.”
Ik legde mijn handen weer op haar schouders en ging verder.
Iedere keer dat ik op een spier drukte, begon ze zachtjes te kreunen.
“Kun je iets naar beneden gaan?”
“Hier?”
“Ja, langs mijn ruggengraat.”
“Oké.”
“Ja, ja, precies daar.”
“Oh, dat voelt zo goed.”
Op het moment dat ik tegen haar onderrug drukte,
precies onder haar ruggengraat, duwde ze haar kont naar achter tegen mijn kruis.
Maar toen wiegde haar heupen weer tegen me aan.
Te langzaam om toeval te zijn.
“Wat zijn we aan het doen, schatje?”
“Wil je dat ik stop?”
“Nee.”
“Oké, het is goed. Je hoeft niets te doen. Laat mij maar.”
“Wacht even. Ik moet die verdomme tv uitzetten. Is dat oké?”
“Die tv kan me geen reet schelen.”
Haar heupen versnelden.
Ik begon mee te bewegen, in haar ritme.
Ik pakte haar middel strakker vast.
“Ga bovenop me zitten.”
“Zo?”
“Ja.”
“Je mag me wel aanraken als je wilt.”
“Wat galant.”