02:17 uur. Het plafond is nog steeds hetzelfde als toen ik hier kwam wonen. Diezelfde watervlek
boven de radiator, zonder duidelijke vorm. Mijn telefoon voelt warm aan in mijn hand.
Buiten rijdt een tram voorbij. Dan is het weer stil. Ik open de chat voordat ik dat van plan was.
„Ben wakker. Verveel me dood." Dertig seconden. Ik tel ze. „Wil je dat ik je iets geef om aan te denken?"
Het scherm verlicht mijn knokkels. Ik lig bovenop de dekens,
alleen in mijn boxershort, terwijl de radiator in de hoek tikt.
Lars woont drie straten verderop. Ik ken zijn flatgebouw. Vierde verdieping,
die met de fiets op het balkon. Ik zou moeten vragen wat hij bedoelt. Ik typ ja en druk op
verzenden voordat ik doorheb waar ik mee instem. Lars en ik zijn al vrienden sinds de eerste week
van de uni. Hij vertelde me dat hij bi was ergens rond de tweede maand, onder het genot van slechte
koffie in de bibliotheek. Heel nuchter. Alsof hij me vertelde wat hij wilde drinken. Ik herinner
me dat ik te hard knikte, in een poging om er niet van onder de indruk te lijken. Ik denk soms aan mannen.
Niet soms. Meer dan soms. Ik heb er nooit iets aan gedaan. „Goed. Leg de telefoon naast je
hoofd. Blijf op je rug liggen." Ik lees het twee keer. Mijn duim zweeft boven het scherm. Dan
verschuif ik het kussen en leg ik de telefoon naast mijn oor, met het scherm naar boven,
en wacht ik. Het volgende bericht duurt veertig seconden. „Ligt het lekker?" De radiator klikt.
Ergens buiten staat een auto stationair te draaien, en rijdt dan weer weg. „Ja." „Goed. Houd je armen
voorlopig langs je lichaam." Er zit iets bedachtzaams in. Hij haast zich niet. Ik zie hem voor me in
zijn flat. Zo doet hij alles — bewust, een beetje ongehaast, alsof hij al weet hoe het afloopt.
„Heb je het warm?" „Ja." „Haal diep adem. Rustig aan." Dat doe ik. Het plafond. De watervlek. Mijn eigen
hartslag, ergens in mijn keel. „Vertel me eens iets. Als je je iemand voorstelt, wat valt je dan
als eerste op?" Ik staar lang naar de vraag. „Handen." „Waarom maakt dat uit?" „Dat doet het niet. Ik wilde
het gewoon weten. De mijne liggen nu op mijn dijen. Gewoon zodat je het weet." Mijn maag doet
iets. Ik druk de achterkant van mijn hoofd harder in het kussen. „Lars." „Ben je er nog?" „Ja."
De instructies komen in korte berichtjes, elk na een pauze die lang genoeg duurt om me te laten
uitkijken naar de trilling. Het scherm blijft dimmen. Ik tik er steeds op om het weer te activeren. Hij
is specifiek en heeft geen haast. De instructies zijn nog vrij onschuldig — leg je handen op je buik,
voel je ademhaling. Hij gebruikt eenvoudige taal, zonder opsmuk, en op de een of andere manier is
dat erger — of beter — dan ik had verwacht. Op een gegeven moment stop ik met naar mijn scherm kijken
en wacht ik gewoon op het volgende bericht. „Goed. Dit is wat ik wil dat je nu doet. Pak de olie uit
je nachtkastje. Doe een paar druppels in je handpalm. Wrijf beide handen warm. Zeg me wanneer
je klaar bent." Ik staar naar het scherm. Dan open ik het laatje. De fles is er nog van de vorige keer.
Ik doe wat hij zegt. De olie is koel. De geur maakt me op één of andere manier altijd direct
een beetje geil. Waarschijnlijk door de herinneringen aan de vorige keren dat ik
het gebruikte. Ik maak de olie warm in mijn handen. „Klaar." „Goed. Begin bij je sleutelbeen.
Beweeg langzaam naar beneden. Voel hoe je huid reageert. Niet lager dan je navel. Stop daar."
Mijn handen bewegen. Het is een simpele handeling — ik raak mezelf aan, dat doe ik altijd — maar dit
voelt anders. Langzamer. Ik merk dingen op die ik normaal niet merk. De holte tussen mijn ribben.
Hoe mijn buik omhoog komt als ik inadem. Bij mijn navel stop ik. Ik weet niet precies wat er in mijn
„Leg één hand plat op jezelf, van buitenaf. Geen beweging. Alleen druk. Voel het kloppen.
Wacht op mijn bericht." Ik doe het. Het kloppen is er. Ik had niet verwacht dat zo duidelijk te voelen.
De telefoon zwijgt. Dertig seconden. Een minuut. Het scherm dimt. Ik laat mijn hand liggen en wacht.
Het is het enige wat ik doe — wachten en voelen — en op de een of andere manier is dat
genoeg om mijn ademhaling te veranderen. Lars. Ik typ het niet. Ik denk het alleen.
De trilling komt. „Pak met je linkerhand je balzak vast en met je rechterhand je pik. Beweeg je hand
drie keer heel langzaam op en neer en trek je voorhuid naar achteren. Drie keer, niet meer. Stop
dan volledig. Handen naast je lichaam. Adem." Drie keer. Dat is alles wat hij me geeft en het is te
weinig en precies genoeg. Bij de derde beweging voel ik iets opbouwen en dan is het voorbij —
mijn handen liggen naast me, onaangeraakt, en mijn lichaam vraagt iets wat ik niet mag geven. Ik
wist niet dat ik hier zo opgewonden van zou raken. Ik lig stil en adem en denk aan Lars
drie straten verderop die dit allemaal bewust zo heeft opgezet. Ik vind dat prettig.
Dat hij dat gedaan heeft. „Begin opnieuw. Nog langzamer dan de vorige keer. Mijn tempo,
niet het jouwe. Met je linkerhand speel je met je ballen en met je rechterhand trek je heel
langzaam aan je harde lul. Heel langzaam. Stop zodra je het voelt opbouwen. Zeg het tegen me."
Langzamer dan de vorige keer blijkt bijna ondraaglijk. Ik houd me eraan. Ik weet niet waarom —
hij kan me niet zien, hij weet het niet als ik vals speel. Maar ik doe het toch. Zijn tempo,
niet het mijne. Het opbouwen begint eerder dan ik had verwacht. Ik stop. „Nu." „Goed. Handen weg.
Handen weg." Vijftien seconden. Niets. „Voel hoe je lichaam vraagt. Geef er niet aan toe." Vijftien
seconden is lang. Ik tel ze. Mijn lichaam vraagt inderdaad. Het is geen subtiel vragen. Mijn keiharde
pik maakt schokkerige bewegingen in de lucht, zoekend naar iets wat er niet is. Ik staar naar
het plafond en de watervlek en ik denk aan zijn handen op zijn eigen dijen, drie straten verderop,
en ik vraag me af of hij ook wacht. Veertien. Vijftien. Ik raak mezelf niet aan. Dit is het
geilst wat ik in tijden heb meegemaakt en er is niemand in de kamer. „Begin met je duim. Uitsluitend
zachtjes op je eikel. Kleine cirkels. Niet verder. Stop wanneer ik het zeg." Kleine cirkels. Ik doe het
en het is bijna te veel en tegelijk te weinig. „Ik wil dat je nu je duim proeft." Hij wist het en
hij had gelijk. Mijn duim was helemaal nat en glibberig van het voorvocht. Ik had het eigenlijk
nog niet eerder bewust geproefd, maar het smaakte zo heerlijk en maakte mij zo ontzettend geil. Ik
kon me haast niet meer bedwingen en wachtte op het bericht dat me liet stoppen. Mijn telefoon trilt.
Een spraakbericht. Die had hij nog niet eerder gestuurd. Ik hield de telefoon dichter bij
mijn oor. „Ik wil dat je met je ballen speelt en jezelf aftrekt in je eigen tempo, zoals je dat
altijd doet. Je hebt toestemming om te spuiten." Dat laatste had hij niet eens hoeven zeggen. Al
toen ik ineens zijn geile stem onverwacht zo dicht bij mijn oor hoorde kon ik me niet meer inhouden
en trok een paar keer hard aan mijn lul. Met een enorme kracht door de opgebouwde druk in mijn
onderbuik spoot ik vier, vijf dikke stralen sperma over mijn eigen buik. Godverdomme, dat was intens.
Ik kon me niet herinneren dat ik ooit zo hard was klaargekomen. Zeker niet in mijn eentje.
„Ik ben gekomen." De kamer is donker. De radiator tikt. Ik hoor mijn eigen ademhaling en die van
niemand anders en toch voelt de kamer niet leeg aan. Ik wacht op zijn reactie. De trilling
komt na wat voelt als een eeuwigheid maar waarschijnlijk twee minuten is. Ik pak de
telefoon op met trillende handen. Ik merk dat pas als ik het scherm probeer te ontgrendelen.
„Koffie morgen? Dat tentje in de Witte de Withstraat. Tien uur." „Echt bedankt, Lars. Het
was echt heerlijk. Morgen koffie, ja graag." Ik veeg mijn hand af aan de binnenkant van mijn shirt.
Ik leg de telefoon met het scherm naar beneden op het matras en staar in het donker.
Buiten is de stad stil op de manier die alleen bestaat na drieën. Een fles ergens. Een deur.
Ik slaap nog een uur niet. Niet omdat ik onrustig ben. Gewoon omdat ik er nog ben —
in mijn lichaam, in de kamer, in het heerlijke moment wat we, op één of andere manier,
samen hadden beleefd. De radiator tikt. De tram komt en gaat.
's Ochtends douche ik, trek het grijze shirt aan en loop drie straten door de kou. Lars is er al als
ik aankom, twee kopjes koffie op tafel, iets aan het lezen op zijn telefoon. Hij kijkt op. „Je ziet
er moe uit." „Ik heb prima geslapen." En ik ga zitten. Hij reikt me de koffie aan. Onze vingers
glijden vlak langs elkaar en raken elkaar lichtjes. Direct voel ik weer diezelfde tinteling in mijn buik.
„Vanavond weer?"